en ontvang gratis 'tips en artikelen over netwerkender werken in de publieke sector'

Beste Bas Heijne,

Ik besloot maar eens een brief/blogje aan je te tikken in plaats van je alleen maar te retweeten. Hoewel ik mezelf wel tot het uitsprekende en niet het zwijgende deel beschouw, denk ik dat je essay ‘Nederland, niet langer verbonden’ van vandaag erg aansluit bij het gesprek waarmee ik met mijn vrienden 2015 afsloot. En trouwens ook 2016 mee inluidde. Waarmee het een voornemen in zichzelf werd, bedenk ik nu.

In elk geval las ik je essay en kroop ik niet terug in bed met mijn koffie maar achter de laptop.

Want als we nieuwe verbindingen moeten leggen (en dat moeten we), kanalen moeten graven voor het laten stromen van meningen over en werk aan de publieke zaak en onze gemeenschap, dan moeten we ook maar eens wat nader kennismaken, als meerderheid onder elkaar.

Ik tutoyeer en hoop dat je me dat niet euvel duidt. Het lukt me op deze zaterdagochtend niet anders – ik tik dit met de kinderen achter Buurman en Buurman, koffie naast mijn toetsenbord en nog in pyjama.

Wat ik prettig vind, is dat ik je al een beetje ken van de twitters. Dat helpt. Ik retweet je altijd graag. En een retweet van wie dan ook aan wie dan ook, is als het beginnetje vinden van het plakbandrolletje. Dat lucht altijd op.

Maar nu moeten we het plakband toch maar eens wat verder afrollen en er dingen mee vast gaan plakken.

Ik schrijf “we” en ook dat klinkt wat aanmatigend in een open briefje aan jou. Ik bedoel het breder dan jij en ik: wij mensen die hun goede leven goed willen leven. En instituties, markt, politieke organisatievormen, wat ons dan ook maar ter beschikking staat, ‘systemen’, benutten om ons gedrag productief te maken.

Vervreemding van die systemen maakt ons machteloos om ons leven in vrijheid te leven. En daar krijg ik buikpijn van en jij ook volgens mij. Dus tja, vandaar dit open briefje/blogje.

Op oudejaarsavond dus, hadden we een gesprek over de staat van Nederland en van de wereld. Het helpt dan dat onze vriendin geboren en getogen is in Rusland en nu al jaren als maatschappelijk werker in de Amsterdamse regio werkt. Meer kijken op de zaak levert meer inzicht.

Het ging er breed en scherp aan toe. Van TTIP tot uitbuiting van de derde wereld en hoe je daar bij het boodschappen doen nauwelijks onderuit komt, van democratische constructies die al dan niet onbedoeld werken als domhouder en eenkleurige, oppervlakkige media (en nee, dat ging niet per se over die van Rusland) tot defaitisme. Lost in a brave new world.

We wensen hetzelfde voor ons en onze kinderen, maar hadden toch een knallend gesprek. Het herkennen van elkaars pijn, of het zien van de oprechtheid van de ander — hoewel andere achtergrond, al dan niet zeer geprivilegieerd, andere omgeving — het is nog niet per se makkelijk omgaan met verschillen; ook niet als die aan één tafel zitten.

Je schrijft vandaag over het gebrek aan onderlinge verbinding en het existentiële gevoel van miskenning. En het gevaar dat dat dat leidt tot het gevoel dat je vertegenwoordiger bent van vooral je eigen mening.

Ik denk dat je daarmee de eenzaamheid en machteloosheid van mensen, burgers, raak beschrijft. 

Atomisering, noem je het. Die term kwam ik laatst al eens tegen toen ik de oorsprong van het woord holistisch maar eens precies wilde weten (voor dit artikeltje, over onze democratische context). Ik ben wel van de synchronie — dat woorden niet voor niets opduiken. Atomisering en holisme zijn volgens mij de begrippen die aan het plakbandje moeten in 2016.

Zelfs aan deze tafel met vier vrienden die elkaar hun halve dan wel hele leven kennen, waren we allemaal soms eenzaam in onze kijk en in onze onmacht. Met politici en bestuurders had dat in zoverre te maken dat mijn vrienden ook wel weten dat ik mij vaak ophoud tussen bestuurders en ambtenaren en overheid, dus daarvoor was ik dan bliksemafleider. Maar ik liet mij natuurlijk niet zo maar zeggen dat ik tot die kaste behoorde — kom nou!

Nou, je begrijpt. Ook ik ben vervreemd van veel van de kanalen die ooit konden leiden tot een beter wereld. Maar omdat ik nog steeds zelfverklaard redelijk, goed genetwerkt, opgeleid, van inkomen en gezondheid voorzien ben, leid ik over het algemeen niet aan het leven. Ik ben hooguit goed gefrustreerd dat mijn optimisme en kennis niet leidt tot verandering. Maar kan dat ook prima even uitzetten.

Wij (geprivilegieerden) zullen emoties (verdriet, onmacht, boosheid) van ‘de ander’ moeten onderkennen, die inderdaad ‘onderliggend’ zijn voor bestuurders/elite/#firstworld/linksmensen als wij, maar hartstikke níet onderliggend voor mensen die niet tot die kaste behoren. (Misschien wil je daar ook eens over schrijven, over die perspectieven, van jouw lezers ook, want daar ging het ook over met onze vrienden. De ander is onmachtiger dan wij.)

Aan de tafel van oudjaar kropen de tweede en derde wereld, pessimisme, complotten en wantrouwen. En daarmee meer machteloosheid. Over de grootheid en complexiteit die we (denken te) moeten omvatten om invloed en macht te hebben op hoe we onze wereld inrichten.

De vervreemding en atomisering gaat niet alleen over Johan Remkes en Zwanenburg. Het gaat over wereldmacht en wereldmachten. Enige troost: in de onmacht over de wereldorde kunnen wij , zelfverklaarde redelijke mensen met veel macht in eigen kring, de onmacht van boze Zwanenburgers herkennen.

In die onmacht zit, paradoxaal genoeg, de verbinding.

Want welke eisen stellen wij aan de wereld en als we die eisen dan stellen, hoe bestendigen we ze? Waar te beginnen? Waarheen te emigreren? Of: hoe in ’s hemelsnaam iemand tegemoet te treden als dat een moordzuchtige terrorist is? En wie zal die taak  van het tegemoettreden op zich nemen? Wij? Rutte? Merkel? Juncker? Poetin? Of toch gewoon maar Jesse Klaver?

Ja, lach maar. Op zoek moesten we toch naar enig licht aan het eind van onze tunnel. Bovendien was de champagne op. En toen moest ik denken aan die gevleugelde quote van Fred Rogers die rondzoemt als er iets dramatisch gebeurt. Om kinderen gerust te stellen bij rampen en terrorisme.

‘Look for the helpers.’ 

“When I was a boy and I would see scary things in the news, my mother would say to me, ‘Look for the helpers. You will always find people who are helping.”

Het plakband rolt wat verder af. Als we in deze crisis van instituties, nieuwe kanalen graven voor meningen over en werk aan de publieke zaak, dan is het wellicht tijd om de raad van mevrouw Rogers eens op te volgen. Look for the helpers.

Helpers in crisissituaties hebben geen institutie. Ze roeien met de riemen die ze hebben, pakken aan, handelen, vanuit een diep gevoelde medemenselijkheid, die ze misschien niet eens doorhebben, maar intuïtief benutten. Gaan niet bij de pakken neer. Onverstoorbaar, dat woord gebruik jij terecht.

Mijn vriendin helpt een groepje jongeren die hun weg niet weten te vinden. Ze zet ze bij elkaar, helpt ze om gesprekken te voeren over hun leven. Als zij daarover vertelt, zie je hoe machtig ze is om de levens van die kinderen te verbeteren.

Belangrijk en hoopvol: helpers nemen macht over de situatie. Ze geven in het hier en nu vorm aan die onverstoorbaarheid voor het theatrale ondergangsgejammer;  ze geven vorm aan de verbinding van mens tot mens.

In 2016 ga ik uitkijken naar de helpers. En ik ga mijn best doen er zelf een te zijn. Daarvoor moeten we kijken waar er bloed uit loopt en daar handelen. Toeschouwer zijn volstaat niet. Doodeng. Doe je mee?

Ik wens ons een goed nieuw jaar,

Handtekening alleen marije

 

ps

Dat artikel over onze democratische context, daarvan denk ik dan nu: abstract gerommel. Maar dat is het toch ook niet. Ik denk dat er ook wel degelijk bloed loopt uit onze institutionele ordening. Nou ja, daar kan ik dit weekend dan eens over nadenken. Dank je wel in elk geval voor je essay.

Eerder

Ondertussen op het democratische trapveldje…

Wanneer het in die netwerkende lokale gemeenschap democratisch ingewikkeld wordt, en gaat over of iets al dan niet in het...
Lees meer

Onze democratische context

Op zoek naar een meer holistische kijk op ons democratische systeem. Waarin ik wat dingen uit eerdere artikelen combineer in...
Lees meer

Pleidooi voor lokale democratische reflectie

We netwerken dat het een lieve lust is, en vragen ambtenaren dat ook te doen. Maar wanneer het ingewikkeld wordt...
Lees meer

Reageer

1 Reacties

Rene Jetten, 16 / 07 / 2017

Het Gattopardisme en de lokale democratie

Enkele dagen geleden….
even nog de laatste mails checken van onze gemeenteraad en dan zomerreces. Tijd voor andere zaken. En dan kom ik van onze griffier het bestand ‘testlab democratie in Uden’ tegen.
Okeeey…
Na het lezen van deze uitwerking ben ik verder gegaan met je website ‘whiteboxing.nl’ en daarna het essay van Bas Heijne en wat al een aantal weken ergens verstoppertje speelt in mijn hoofd komt nu toch naar buiten. Ik ben namelijk al een tijd van plan om al mijn aantekeningen ( die geleid hebben tot ‘de behangrol’) nog eens door te nemen. Waar een uitreksel van een boek belangrijk is om de essentie weer te geven biedt het verhaal echter veel meer aanknopingspunten/inzichten die je anders domweg niet meer zou herinneren. Toch goed om alles nog eens terug te lezen. En gelijk aan jouw besluit om Bas Heijne te schrijven besluit ik mijn gedachten eens op papier te zetten en deze aan je te mailen.

Aantekeningen die gemaakt zijn gedurende 5 jaar. Dat lijkt heel wat, maar dat is de makke van een raadslid die naast werk en privé ook nog hiermee bezig is. Soms zou ik willen dat er een speciale vorm van raadslidmaatschap zou bestaan om met dit onderwerp bezig te blijven en om de veranderingen inde lokale democratie onder de aandacht te blijven houden. Dan zou ik daar voor opteren, dat mag misschien al duidelijk zijn.
Zoals ik al eerder verteld heb, wij raadsleden zijn niet van de politiek, wij staan voor lokale democratie. De functie van een gemeenteraadslid moet anders. Het functioneren van de gemeenteraad als entiteit moet anders. Tevens mogen inwoners ook wel opgevoed worden in lokaal bestuur. Het is een opdracht voor iedereen. Veel landen in de wereld zouden onze vorm van democratie, vrijheid maar wat graag willen hebben. En toch zullen we mee moeten gaan in dit nieuwe tijdperk, in deze transitie, in deze netwerkdemocratie om onze vrijheid weer opnieuw te beseffen, te veranderen en ervoor te ‘strijden’. Het tijdperk van de leunstoeldemocratie is voorbij: “alles moet veranderen opdat alles hetzelfde blijft”.

De wereld is groot geworden, te groot. De onmacht de vervreemding… ‘zelfs aan tafel met vier vrienden’ werd deze onmacht gevoeld, schrijf je. Wereldmacht en wereldmachten. Ze zullen er altijd zijn. Ook generatie Z zal, reflecterend, net als wijzelf in een tijdperk opgroeien, de macht grijpen en/of overnemen. Op hun manier maar onherroepelijk. Ook zij zullen later aan tafel zitten met vrienden ( laten we hopen in ieder geval dat dàt zal blijven) en vertwijfeld spreken over de gerezen onmacht.

Looking for the helpers daar zit in essentie de oplossing verborgen….óók voor het Testlab van de Udense Democratie. In de bestaande doe democratie zitten deze helpers al verborgen. Te wachten op het systeem dat zich openstelt.
Vind je het goed als ik in je in de vakantieperiode het een en ander aan aantekeningen en presentaties opstuur ?

groet,
René Jetten

Reageer